Geschiedenis

Duizenden jaren geleden ontdekten bewoners van de Andes dat hun vermoeide pakdieren weer kracht kregen als ze bladeren van de cocaplant aten. 

Archeologische vondsten in Ecuador en Peru duiden aan dat de inheemse bevolking vijfduizend jaar geleden al coca gebruikte. De plant was heilig voor hen. Door op de bladeren te kauwen en zuigen werd de werkzame stof eraan onttrokken. Die stof pepte op, hielp tegen hoogteziekte en de bladeren bevatten allerlei vitaminen en mineralen.

In de 16de eeuw kwam de Spaanse overheerser naar Zuid-Amerika. Koning Philips II zag dat de mijnarbeiders langer doorwerkten wanneer zij cocabladeren kauwden. Daarom decreteerde hij een 'cocapauze' voor de arbeiders - zoiets als de huidige koffiepauze - waarin de 'coqueros' de kans kregen om een nieuw setje bladeren te prepareren.

In Europa was de cocaplant nog geen succes omdat de bladeren hun magische werking verloren tijdens de overtocht.

Toen men er in de negentiende eeuw in slaagde om bestanddelen uit het cocablad te isoleren, werd cocaïne een populair middel in het Westen. Rond 1880 stuurde de Weense psychiater Sigmund Freud een halve gram cocaïne met gebruiksaanwijzing naar zijn verloofde: ‘Verdeel dit in acht porties. Dan blijf je sterk en krijgt er mooie rooie wangetjes van.’

Eind negentiende eeuw deden politici en andere hoogwaardigheidsbekleders zich tegoed aan Vin Mariani, een met pure cocaïne aangelengde Bordeaux-wijn. De maker van de wijn, apotheker Angelo Mariani, kreeg van Paus Leo XIII een gouden medaille als teken van officiële goedkeuring.

In dezelfde periode zorgde Coca Cola ervoor dat cocaïne beschikbaar werd voor het grote publiek. De slogan ‘Have a Coke and smile’ paste toen perfect bij het bruine suikerdrankje met cocaïne. Sinds 1903 stopte men geen cocaïne meer in Coke, al werd cocaïne pas in 1914 echt illegaal. Coca Cola is nog steeds de grootste afnemer van cocabladeren en het recept is nog steeds geheim.

Nederland verdiende ook goed aan de handel in cocaïne. In 1900 werd in Amsterdam de Nederlandse Cocaïne Fabriek (NCF) opgericht. Cocaplanten werden door het koloniale Nederland verbouwd op plantages in Indië. Tijdens de eerste wereld oorlog draaide de fabriek toptijden - de soldaten voerden veldslagen met een flinke dosis cocaïne achter de kiezen. De NCF groeide uit tot grootste cokefabriek ter wereld.

In de jaren zestig van de twintigste eeuw werd cocaïne populair in de jetset van de reclame- en modewereld. Ook Hollywoodsterren ontdekten coke, als middel om fris en fruitig te blijven op de vele premières en feestjes. Toen komiek Richard Pryor in 1980 experimenteerde met freebase, vloog hij in de fik. Hij had geen geduld om het explosieve ether te laten verdampen voor hij zijn pijp op stak.

Rond 1980 begint het witte poeder de Nederlandse gebruiker voor zich te winnen. Een mengelmoes van personen bevindt zich nu en dan in de sneeuwstorm. Zakenmensen om scherp te zijn voor de volgende vergadering, advocaten om een strak pleidooi te houden voor de rechter, kunstenaars voor inspiratie, bekende Nederlanders om nog bekender te worden, gewone mensen die af een toe een feestje willen vieren, tja, iedereen kent wel iemand die wel eens coke heeft gebruikt, of dat nou degeen is in de spiegel of een ander...

Basecoke wordt in de loop van de jaren ’80 steeds meer gesignaleerd in Nederland. De heftige snelle flash via de basepijp maakt het een onweerstaanbaar middel voor veel harddruggebruikers. Tegenwoordig heeft basecoke heroïne van de eerste plaats verdrongen in de scene.

Mainline
Doe de Quiz!
Kaart vd dag