Productie

De plant waarvan cocaïne wordt gemaakt, ziet eruit als een weinig opvallende kamerplant, zoiets als een ficus.

De Cocaplant

Cocaïne wordt gewonnen uit de bladeren van de cocaplant, (o.a. Erythroxylon Coca). Deze bloeiende struik doet het goed in de hoogvlakten van het Andesgebergte. De meeste plantages bevinden zich momenteel in Colombia, Bolivia en Peru. Ervaren plukkers – over het algemeen vrouwen en kinderen – oogsten per dag honderd kilo bladeren (duizend kilo bladeren levert ongeveer twee kilo cocaïne op). Op en rond de plantages bevinden zich clandestiene laboratoria waar men direct aan de slag kan met de oogst. 

Cocapasta
Via een chemisch proces met organische oplosmiddelen, waaronder kerosine, worden de werkzame stoffen uit de bladeren ‘getrokken’. Het eerste product dat ontstaat is cocapasta of bazooka. De pasta wordt vervolgens chemisch bewerkt, met onder andere zoutzuur, tot het eindproduct cocaïnehydrochloride.

Dit witte kristalachtige poeder lost goed op in water. Daarom is het geschikt om te snuiven: het lost op in het neusslijmvlies en wordt daarna opgenomen in de bloedbaan. De oplosbaarheid in water maakt het ook eenvoudig om cocaïnehydrochloride te bereiden voor een shot met de spuit.

Rookbare coke ontstaat na een bewerkingsproces met ammonia of maagzout. Vroeger werd dit ook wel met ether gedaan. Maar door de lichte ontvlambaarheid van ether veroorzaakte dit regelmatig ongelukken .   

Op de route van het laboratorium naar de gebruiker wordt cocaïne met verschillende middelen versneden om de winstmarges op te rekken. Gangbare versnijdingen zijn suikers - zoals mannitol waarvan je diarree krijgt - en lokale verdovers (o.a. lidocaïne) of medicijnen (o.a. Paracetamol, Fenacetine).

Mainline
Doe de Quiz!
Kaart vd dag