Spuiten

Spuiten is de meest riskantste gebruiksmethode. Spuitmaterialen delen geeft risico op hiv of hepatitis. Vuil en bacteriën veroorzaken abcessen. Het risico op een overdosis is groot, omdat je in één keer de hele dosis binnenkrijgt. Lees hier wat je kunt doen om je risico's zoveel mogelijk te beperken.


Wat heb je nodig?

Schone spuiten en naalden: er zijn verschillende cc’s - 1, 2, 5, 10 - en verschillende naalden. Op de 1cc spuiten zit een kleinere naald. Bij het spuiten van cocaïne spuit je vaker dan bij heroïne. Het is van belang om altijd voldoende spuitmaterialen voorhanden te hebben.

 

Schone lepel: een gebruikte lepel afnemen met een steret is niet voldoende. De lepel moet minstens tien minuten in kokend water of door een sterilisatieapparaat. De Stericup is een hygiënisch alternatief voor de lepel. Voorzichtig, brand je vingers niet! Gebruik een wasknijper als handvat. Een blikje van de straat als lepel is niet hygiënisch, je loopt snel een abces of ontsteking op.

 

Alcoholdeppers, sterets: veeg in één richting de spuitplek schoon. Gebruik de steret niet om de spuitplek dicht te drukken na het shot. Dan breng je het vuil weer in de spuitwond. Gebruik hiervoor een schoon watje of een pleister.

Stuwband: mensen gebruiken van alles: riemen, veters, velglint, het strak trekken van de mouw.  Wanneer aders makkelijk aan te prikken zijn, geeft een stuwband onnodige druk op de vaten. Stuwen hoeft dus niet altijd: gebruik stuwing alleen als het noodzakelijk is.

Filters: een schone sigarettenfilter of een plukje watten zijn geschikt. Speciale filters zijn het best. Andere materialen laten te grote deeltjes door die schadelijk zijn voor de aders. Filteren gebeurt zonder naald. Wees bij de 1cc spuit heel voorzichtig. Voorkom dat de naald door de filter de lepel raakt. Dan komen er toch onopgeloste deeltjes binnen of wordt de naald bot. Speciale filters zitten ook in de verpakking van de Stericup.

Water: ampullen water zijn steriel. Ongeopend zijn ze lang houdbaar, maar eenmaal geopend komen er snel bacterieën in. Gebruik een ampul dus in één keer. Water uit de kraan is ook geschikt. Mineraalwater uit de fles kan bacteriën bevatten als de fles al langer staat of al open is geweest.

Aansteker: om het mengsel te verhitten. Bij rauwe coke is dat niet nodig. Ook basecoke lost met wat asco vaak al op zonder verhitting.

Afdrukverbandje: watje of pleister. Na het shot de spuitplek verzorgen door druk uit te oefenen met een schoon verbandje of watje (niet met een steret). Dit bevordert genezing van de spuitplek. Bij de Stericup zit een afdrukverbandje in de verpakking.

Folie: om de coke te testen op sterkte, en om een overdosis te voorkomen. Ook handig om alvast een klein beetje te roken om rustig te worden. Dan ben je minder gespannen en maak je minder fouten bij de bereiding en toediening van het shot.

Container: je kunt bij de omruil om een spuitcontainer vragen (er zijn ook zakmodellen). Gebruikers stoppen spuiten ook wel in een melkfles of plastic fles en gooien ze dan in de vuilnisbak. Zolang er maar geen onveilige situatie voor jezelf of andere mensen ontstaat. Het beste is om de vuile spuiten in te leveren bij de omruilpunten.


Hoe doe je het?

Stuwband losjes omleggen: je kunt ook met je arm molenwieken om je aders naar de oppervlakte te brengen.

Geschikte ader vinden: de ader aan de binnenkant van de elleboog is de meest geschikte plek. Zijn je aders zo beschadigd dat je uitwijkt naar kleine adertjes (in je hand of voet), zorg dan dat je heel rustig inspuit, zodat de adertjes niet scheuren. Spuiten in lies of hals is bloedlink omdat je groot risico loopt een slagader of zenuw te raken.  

Spuitplek reinigen: voor mensen met aderproblemen loont het vaak de moeite om meerdere insteekplaatsen te reinigen. Als de eerste plek niet lukt, kun je gelijk door naar de volgende. Anders neem je misschien de tijd niet om een nieuwe plek schoon te maken.

Stuwen: stuwband aanspannen zodat de ader opkomt.

Voorzichtig de naald inbrengen: onder een hoek van 45 graden met het gaatje van de naald naar boven. Richting het hart om de aderkleppen niet te beschadigen. Let goed op: in de bloedstroom richting het hart spuiten gaat op ongebruikelijke shotplekken wel eens mis, zoals bij Spud in de eerste minuten van de film Trainspotting.

Rustig wat bloed optrekken: trek je geen bloed op, dan niet te lang blijven prikken met de naald. Beter een nieuwe insteekplaats kiezen.

Stuwband losmaken: shotten met een aangespannen stuwband beschadigt de ader. Sommige gebruikers met aderproblemen trekken hierna nog een beetje bloed op om zeker te weten dat de naald niet uit de ader is geschoten na het losmaken van de stuwband.

Rustig afdrukken: vooral in kleinere aders in handen of voeten is het van belang heel rustig af te drukken om schadelijke druk op de vaatwand te voorkomen. In grotere aders kun je de aderkleppen beschadigen als je te snel afdrukt.

Rustig de naald terugtrekken: trek je de naald te snel terug dan kan de ader beschadigen of dichtklappen.

Spuitplek dichtdrukken met een schoon watje: druk uitoefenen op de spuitplek voorkomt blauwe plekken en bevordert het genezingsproces. Gebruik hiervoor geen steret. Dat brengt vuil in de wond en dan geneest het minder goed of kun je een abces krijgen.

Wondverzorging: plak een pleister op de spuitplek plakken na het dichtdrukken met het watje.

Spuit in de container: als je geen container hebt, vraag er dan naar bij de spuitomruil. Zorg in ieder geval dat niemand anders zich kan prikken aan jouw naald.

Spullen opruimen: de spuitmaterialen weer klaarmaken voor de volgende keer. Als je in een gebruiksruimte of thuis gebruikt, maak dan ook het werkoppervlak goed schoon, zodat er geen bloedresten achterblijven.


Risico's & tips

Als je spuitmaterialen deelt met anderen kun je hiv of hepatitis oplopen. Via bloed kunnen infectieziekten ongemerkt worden overgedragen. Alleen je eigen materialen gebruiken is dus noodzakelijk.

Schone handen en schone spullen: hygiëne is van groot belang om abcessen en andere complicaties te voorkomen. Zorg ook voor een schoon werkoppervlak. In een gebruiksruimte kan dat middels placemats. Op straat is een droge krant als werkplek soms het meest haalbare.

• Weet wat je spuit: het risico op een overdosis is bij spuiten het grootst, omdat je in één keer de hele dosis binnenkrijgt. Scoor je bij een bekende dealer, bij een betrouwbare bron, dan weet je min of meer wat van de kwaliteit.

Laat vuile spuiten en naalden niet rondslingeren, stop ze in een spuitcontainer, zodat anderen geen gevaar lopen en zich eraan te prikken.


Wat nog meer?

Overdosis voorkomen: als je niet zeker weet wat je hebt gekocht, kun je (bij basecoke of dope) eerst wat over folie roken om de sterkte te testen. Eerst een beetje roken maakt je ook wat rustiger. Als je grote trek hebt of dopeziek bent, staat er hoge druk op de ketel. Onder deze spanning werken geeft meer kans op fouten en risico’s. Je kunt ook je shot in etappes afdrukken. Eerst een klein beetje inspuiten en voelen hoe het aankomt. Als je vervolgens de sterkte hebt getest, kun je de rest inspuiten. De naald blijft hierbij in de arm. Het kan moeilijk zijn om in etappes af te drukken als de naald eenmaal in de arm zit, maar er zijn toch gebruikers die het zo doen. Let ook op als je een tijdje niet hebt gebruikt - als je net uit de gevangenis komt bijvoorbeeld - want dan komt dezelfde dosis harder aan en heb je sneller kans op een overdosis. Via hulpverlening kun je middelen laten testen.

Rustige omgeving: bij voorkeur een plek waar je je op je gemak voelt en ongestoord aan de gang kan gaan. De plek is schoon, comfortabel, er is voldoende licht en je hebt overzicht.

Niet alleen zijn: als er iets mis gaat kun je elkaar helpen of hulp inroepen. Hierbij wel opletten dat je geen materialen deelt. Het behouden van overzicht op je eigen spullen is heel belangrijk. Het is ook aan te raden om niet tegelijk te flashen. Dan kan er altijd iemand ingrijpen of hulp inroepen.

Mainline
Doe de Quiz!
Kaart vd dag